default Diana Franssen - ien lucas

Naar aanleiding van de expositie in het Stedelijk Museum Roermond, en galerie Lambert Tegenbosch 1999-2000


Schilderkunst geldt als een middel dat tegenwicht kan bieden aan een overvloed van snelle beelden, die zo typerend zijn voor onze tijd. 
Schilderen vergt sensibiliteit, concentratie en tijd, bij de maker en de kijker. Daardoor werkt het vertragend. Deze verstilling is haar grootste kracht. Het meest verbazingwekkend aan het schilderen is de eenvoud van de handeling. Samen met de verstilling maakt deze eenvoud haar extra kwetsbaar.


Ien Lucas werkt binnen de parameters van de abstracte schilderkunst. Zij wordt nog steeds verrast door wat formele uitgangspunten en beslissingen kunnen betekenen voor de picturale kwaliteiten van het beeld .
Ogenschijnlijk betekenen de doeken niets; er is geen enkele verwijzing naar de wereld om ons heen of een literaire strekking.
De schilderijen ontlenen hun betekenis aan de (schilder) kunst zelf, aan de kwaliteit van textuur, structuur en kleur en aan de middelen die een schilderij tot schilderij maken: het platte vlak, de illusie, en compositie, maar ook de materiële elementen als het linnen, het bindmiddel en de eigenschappen van de verf.

In het oeuvre van Lucas is een verschuiving te zien van grote soberheid en strengheid naar complexiteit en vrijheid.
In de vroege schilderijen ligt de nadruk op het onderzoek naar wat schilderen eigenlijk is, op de vraag wat kleur, compositie, lijn en raster betekenen waarbij het handschrift volledig wordt uitgebannen. Kenmerkend voor dit onderzoek zijn herhaling, reductie en soberheid. De vraag naar absolute harmonie in rationaliteit.

Het raster, gerelateerd aan de afmetingen van het doek, heeft in deze werken een belangrijke, beeldbepalende functie. Het raster dient ook om het doek te verkennen, op te delen en te ordenen. Later wordt het onvoorspelbare op verschillende manieren in het werk toegelaten. Soms wordt het starre patroon van exacte vormen doorbroken door uit de hand geschilderde ovalen, die op hun beurt weer worden ingekapseld door de exacte vorm. Maar ook door een vrijere omgang met het schildersmateriaal, door aan de achterzijde van het doek te gaan werken waarbij de verf zich door het linnen moet persen. Of door alleen met beenderlijm op het linnen te werken, waardoor onvoorspelbare plooien ontstaan in het linnen. Toch blijft het raster op de achtergrond altijd aanwezig. Het fungeert als basis en dient als waarschuwing om zich niet te verliezen in louter materiaalstudies, in esthetische effecten of alleen het fysieke gebaar. De taal van de 'echte' schilder,met een expressionistisch handschrift is niet het vocabulaire dat Ien Lucas wil hanteren.
In de loop der tijd evolueert het onderzoek naar de vraag wat de betekenis van de schilderkunstige handeling is.

De doeken worden vrijer van compositie. Uit de hand geschilderde lijnen vormen nu het raste, dat wordt uitgezet over een achtergrond van zacht ogende, diffuse vlakken met hier en daar een accent in een felle kleur. Dit geschilderde raster wordt intoom gehouden door een ander nauwelijks zichtbaar raster dat uitgevoerd is in potlood. Het lijkt alsof het geschilderde raster gecorrigeerd moet worden op sommige plekken binnen de compositie. Alsof de schilderkunstige handeling in toom gehouden moet worden.

Steeds wordt het proces bijgesteld. Elke beslissing heeft gevolgen voor de betekenis van het schilderij. Als het automatisme de dagelijkse praktijk binnensluipt, dwingt Ien Lucas zichzelf tot een nieuwe standpuntbepaling. Dit gebeurt door beeldende elementen toe te voegen, zoals uit de hand geschilderde ovalen, of door bepaalde formele ingrepen - bijvoorbeeld het schilderen op nat linnen, waardoor de kleuren in elkaar overlopen. Ook letterlijke veranderingen van locatie- zoals studiereizen naar Canada en recentelijk naar Spanje- doorbreken de routine, verruimen de perceptie en verhelderen de reflectie.

Een recente ontwikkeling is het werk op klein formaat. Binnen het oeuvre gelden deze kleine schilderijen als schetsen. Het zijn soepel geschilderde werken, waarin het raster en een aantal formele beperkingen nog altijd de basis vormen, echter veel meer op de achtergrond.
Het doel is om meer losheid te forceren, om snelle dwarsverbanden tussen de schilderijen te leggen, maar ook om het fysieke verschil te ervaren tussen de materiaalbeheersing op klein en op groot formaat. Het maken van de grote formaten, de uiteindelijke werken, wordt zo minder beladen, alsof het grote witte nieuwe doek alvast is aangetast.
De in haar ogen beste schilderijen worden als het ware uitvergroot. De compositie en de kleur staat daarmee vast, maar dat betekent niet dat het verschil tussen het kleine en het grote doek
Uitsluitend is gelegen in het formaat. Het zou ook niet mogelijk zijn om een letterlijke uitvergroting te maken. Een groot doek laat zich immers anders behandelen en wordt ook anders ervaren dan een klein schilderij.

Inherent aan het werk van Ien Lucas is de uiteenzetting met systematiek en de gevolgen daarvan. Er ontstaat voortdurend een spanningsveld door het onderzoek naar de verhoudingen tussen pure vorm en het persoonlijk concept. Het werk raakt aan de discussie tussen  vorm en inhoud, tussen concept en uitvoering.
Het abstracte schilderij vraagt een hoge mate van ontvankelijkheid bij de toeschouwer. Het kan niet vluchtig worden bekeken, maar zou aandachtig gelezen moeten worden als poëzie.
De schilderijen van Ien Lucas zijn verre van luidruchtig, ze bevatten geen clou of climax maar alleen de ervaring van een permanente improvisatie. Elke bravoure of routine is hen vreemd. Ook de haast vanzelfsprekende beheersing van de middelen springt niet direct in het oog omdat dit wordt verhuld door de eenvoud van de schilderijen. Zij brengt een ode aan de aspecten van de menselijke perceptie.

Diana Franssen.